Een belangrijk onderdeel van thuisonderwijs volgens de ‘Charlotte Mason methode’ is natuurstudie. Maar wat is dat nu eigenlijk precies? En hoe zien de lessen er dan uit? Dat vroeg ik me ook af toen ik bezig was met de voorbereidingen voor de overstap van school- naar thuisonderwijs. Ik kwam drie verschillende dingen tegen die te maken hadden met natuurstudie. Namelijk:
- Het maken van een natuurwandeling – dat wil zeggen: met je kinderen naar buiten gaan, de natuur in en dan goed om je heen kijken, luisteren en observeren. Welke vogels hoor je? Welke bomen zie je? Welke bloemen bloeien? Vind je nog ergens een insect? De rol van de begeleider/docent is hierbij om vragen te beantwoorden en wellicht op interessante dingen te wijzen, maar blijft verder op de achtergrond.
- Het bijhouden van een natuurdagboek – zoals ik las in ‘Keeping a Nature Journal’, een boek dat ik leende van ‘collega’ Amy. Dit is overigens iets wat iedereen kan doen. Het houdt in dat je regelmatig naar buiten gaat en daar iets tekent of schrijft van wat je ziet in de natuur. Het genoemde boek gaat uitgebreid in op hoe je dat kan doen, met aansprekende voorbeelden erbij.
- Specifieke ‘lessen’ over de natuur, of beter gezegd natuurstudie met een duidelijk vooropgesteld onderwerp en lesdoel, zoals beschreven in het befaamde ‘Handbook of Nature Study‘ van Anna Botsford Comstock (1854-1930). Geen hip, modern boek, maar wel heel goed (en heel dik). De natuur verandert niet, tenslotte.
Het was me niet helemaal duidelijk welke van deze drie benaderingen van natuurstudie ik nu het beste kon gebruiken. Of dat het wellicht te combineren was. Het kwartje viel pas toen ik het weblog ‘Handbook of Nature Study – Nature Study for Homeschoolers‘ van Barb doorlas. Zij gebruikt onder andere het eerder genoemde Handbook of Nature Study als basis van haar ‘Outdoor Hour Challenges’. In zo’n Challenge beschrijft ze een natuurstudieles die je kan doen met je kinderen, met een vooropgezet onderwerp. Meestal houdt het in de je je als ouder eerst een beetje inleest in het onderwerp (door een paar bladzijden uit het Handbook te lezen). De ‘les’ zelf houdt in dat je met je kinderen naar buiten gaat (10-15 minuten is al genoeg, langer kan natuurlijk ook) en specifiek op zoek gaat naar hetgene waar de les over gaat. Vogels bijvoorbeeld, of bloeiende planten. Maar als er andere dingen zijn die opvallen of interessant zijn, is daar natuurlijk ook ruimte voor. Vervolgens krijgt iedereen de tijd om iets te tekenen en te schrijven in zijn/haar natuurdagboek. Tekenen is belangrijk omdat je daardoor goed leert kijken. Bij de tekening kun je dan wat aantekeningen maken. Ook andere observaties, zoals het weer, kun je noteren.

Here in Peru we have a great variety of birds. Don't you just love this sweet couple? We see them almost daily in our garden. Amazing!
Wij zijn in augustus begonnen met de eerste 10 Challenges: Getting Started. Daarna hebben we als specifiek onderwerp ‘vogels’ gekozen. Daar hebben we er hier heel veel van, en inmiddels kennen we er al een heleboel bij naam! In januari zijn we verder gegaan met ‘bloeiende planten’. Dat vatten we breed op, we nemen er ook bomen bij. Inspiratie daarvoor halen we uit Challenge #12 tot #19.
Volgende keer wat plaatjes van ónze tekenkunsten!













